Tijn's Verhalenhuis
Illustratie bij het verhaal "De weerwolf"

De weerwolf

geschreven door Kinoo

🔊 Laat het verhaal voorlezen

Durf je het in het donker te luisteren?

Het zilveren licht van de volle maan sneed door het dichte bladerdak van het beukenbos. Thomas trok zijn jas strakker om zich heen en versnelde zijn pas. Zijn adem vormde wolkjes in de ijzige nachtlucht. Hij wist dat hij hier niet moest zijn; de lokale bevolking meed dit bos al generaties zodra de maan rond en fel aan de hemel stond. Men sprak over rauwe verminkingen en een hongerig jankend geluid dat door merg en been ging. Maar Thomas, een nuchtere bioloog, geloofde niet in mythen. Totdat de wind draaide. Plotseling vulde de lucht zich met een zware, doordringende geur van natte vacht en ijzerachtig bloed. Thomas stond doodstil. Vijf meter voor hem, net buiten de rand van het pad, ritselde het struikgewas. Twee gloeiende, amberkleurige ogen fixeerden zich op hem. Het wezen dat uit de schaduw stapte, tartte elke biologische logica. Het was een groteske, metershoge kruising tussen mens en wolf. Dikke, gitzwarte haren bedekten een lichaam van pure, rimpelende spieren. Zijn achterpoten stonden gekromd als die van een roofdier, klaar om te springen, terwijl zijn mensachtige klauwen diepe groeven in de modder trokken. Thomas wilde rennen, maar zijn benen voelden als lood. Het monster opende zijn muil, vol met vlijmscherpe, onregelmatige tanden waar speeksel vanaf droop, en slaakte een ijskoude brul die het bos deed trillen. Met een angstaanjagende snelheid schoot het wezen naar voren. Thomas dook instinctief opzij. De klauwen misten zijn gezicht op een haar na en verscheurden de bast van een dikke eik alsof het papier was. Thomas krabbelde overeind, negeerde de brandende pijn in zijn longen en rende voor zijn leven. Achter hem hoorde hij het zware, ritmische ploffen van vier poten die de achtervolging inzetten, vergezeld door het angstaanjagende geluid van brekende takken. Het monster speelde met hem. Telkens als Thomas dacht dat hij de bosrand naderde, sneed de schaduw hem de pas af. Uiteindelijk struikelde hij over een blootliggende boomwortel en smakte hard tegen de grond. Zijn enkel knakte. Terwijl hij zich pijnlijk omdraaide op zijn rug, torende de weerwolf al over hem heen. De maan verlichtte de brute, moordzuchtige blik in de ogen van het beest. Het hief een gigantische klauw om de genadeslag uit te delen. Thomas kneep zijn ogen dicht en wachtte op de pijn. Maar er gebeurde niets. Voorzichtig opende hij één oog. De weerwolf stond trillend stil. De transformatie leek plotseling terug te spoelen; de spieren trokken pijnlijk samen, het zwarte haar viel in plukken uit en de snuit vervormde kermend terug naar een menselijk gezicht. De ochtendgloren brak aan. Het monster stortte uitgeput in elkaar op het mos, veranderd in een naakte, rillende man. Thomas slaakte een zucht van verlichting en wilde overeind komen om hulp te gaan zoeken. Totdat hij naar zijn eigen arm keek. Onder de mouw van zijn gescheurde jas, op de plek waar het wezen hem tijdens de val schampte, glansde een diepe, verse beet in het vroege ochtendlicht. En diep vanbinnen voelde hij plotseling een onbekende, woeste honger ontwaken.

Geef sterren

5,0 van 5 · 3 stemmen